Bijzonder toch (door Otto van Breugel)
30 - 08 - 2026
Het is woensdagavond. Ik open de deur van het verenigingsgebouw van de Gorinchemse scheidsrechtersvereniging (GSV).
De woensdagavond training is net voorbij. Bij het openen van de deur hoor ik meteen gelach. Er wordt koffie ingeschonken, een dartpijl raakt met een doffe tik het bord en aan een tafel klinkt een levendige discussie over een beslissing die een scheidsrechter afgelopen weekend nam. Aan de kaarttafel wordt op geheel eigen GSV-wijze geklaverjast, volgens sommigen met regels die nergens in een boekje terug te vinden zijn terwijl anderen samen naar een voetbalwedstrijd kijken en direct een mening hebben over de scheidsrechter.
Aan een andere tafel worden herinneringen opgehaald aan wedstrijden van jaren geleden. Een nieuw lid wordt hartelijk welkom geheten en op de achtergrond is altijd wel iemand bezig om iets voor de vereniging te regelen. Het lijkt allemaal heel vanzelfsprekend. Maar als je er eens goed over nadenkt, is het dat helemaal niet.
Juist deze momenten laten zien wat een vereniging werkelijk is: een gemeenschap van mensen die naar elkaar omzien, lief en leed delen en zich met hart en ziel inzetten voor elkaar. Want het echte kapitaal van een vereniging zit niet in het clubgebouw, niet in de materialen en zelfs niet in de activiteiten. Het zit in de mensen. In de vrijwilligers die zich met hart en ziel inzetten, vaak zonder op de voorgrond te willen staan. Mensen die er zijn als het goed gaat, maar vooral ook als het even tegenzit. Die een luisterend oor bieden, een helpende hand uitsteken of gewoon vragen: “Hoe gaat het met je?”
Dat is saamhorigheid. Dat is omzien naar elkaar. En juist dát maakt een vereniging zo waardevol.
Zo kijk ik ook naar de Gorinchemse Scheidsrechtersvereniging, de GSV. Een vereniging waar saamhorigheid en omzien naar elkaar geen mooie woorden zijn, maar iedere week opnieuw zichtbaar worden.
En misschien is dát wel wat een vereniging uiteindelijk zo waardevol maakt.
Binnen de GSV wordt wat afgedold. Een gestaakte wedstrijd lag natuurlijk aan de scheidsrechter, een iets te enthousiaste rode kaart wordt nog jaren aangehaald en een anekdote over een wedstrijd wordt met de jaren alleen maar mooier. De humor vliegt in de kantine en de kleedkamer regelmatig over tafel en niemand wordt ontzien. Sterker nog, alles wordt scherp in de gaten gehouden en komt later gegarandeerd terug. Wie een beetje in de maling wordt genomen, hoort er bij de GSV pas écht bij.
Maar achter die humor schuilt iets veel belangrijkers.
Er is respect voor elkaar. Er is belangstelling voor elkaar. Bij ziekte of tegenslag wordt er naar elkaar omgekeken. Leden krijgen bezoek, er wordt gebeld, een berichtje gestuurd of gewoon even gevraagd hoe het gaat.
Dat heb ik onlangs zelf ervaren bij het overlijden van mijn 85-jarige moeder. Vanuit de vereniging kreeg ik veel berichtjes van medeleven. Het deed me goed en raakte me. Juist op zo’n moment merk je dat een vereniging meer kan zijn dan alleen de plek waar je samen je hobby uitoefent.
Het was mooi, maar tegelijkertijd ook bijzonder. Want je verwacht misschien niet dat een scheidsrechtersvereniging op zo’n persoonlijk moment zo met je meeleeft. Maar juist daarin zit de kracht van deze vereniging: je staat er niet alleen voor. Er wordt naar elkaar omgekeken, ook als het even niet over voetbal of fluiten gaat.
Daarnaast helpen ervaren scheidsrechters beginnende collega’s op weg en staan naast hen wanneer een wedstrijd eens minder goed verloopt. Tegelijkertijd zorgt de jongere generatie voor nieuwe energie en frisse ideeën, waar de ouderen soms even aan moeten wennen. Bij de de GSV trekken jong en oud samen op, in de kantine en op de woensdagavondtraining. Niet omdat het moet, maar omdat het vanzelf gaat. En dat is mooi om te zien.
Iedereen heeft zijn eigen verhaal, zijn eigen kwaliteiten en zijn eigen plek binnen de vereniging. Juist die verscheidenheid maakt de GSV zo bijzonder.
We fluiten misschien ieder onze eigen wedstrijden, maar als vereniging spelen we allemaal in hetzelfde team.
En als je daar eens rustig over nadenkt, besef je dat dit helemaal niet vanzelfsprekend is. In een tijd waarin veel verenigingen moeite hebben om vrijwilligers te vinden en mensen zich minder aan elkaar verbinden, mag de GSV best trots zijn op wat we samen hebben.
Niet omdat alles perfect is. Dat hoeft ook niet.
Maar omdat er altijd wel iemand is die een ander helpt, een arm om een schouder slaat, een grap maakt op het juiste moment of zich belangeloos inzet voor de club.
Dat zijn de mensen die deze vereniging kleur geven.
Bijzonder toch?
Otto van Breugel

